ECLI:NL:RBDHA:2020:6820
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag heeft op 14 juli 2020 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1978, wegens een psychische stoornis bestaande uit ongespecificeerde schizofrenie en een stoornis in het gebruik van amfetaminen. De machtiging is verleend op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) na een verzoek van de officier van justitie.
Betrokkene betwistte het bestaan van een psychiatrische ziekte en stelde dat zij volledig was opgeknapt en zelfstandig kon wonen mits zij medicatie bleef gebruiken. De advocaat verzocht afwijzing van het verzoek of subsidiair beperking van de duur tot twee maanden. De casemanager gaf aan dat betrokkene meerdere manisch psychotische episoden had doorgemaakt, zorgmijdend gedrag vertoonde en zonder verplichte zorg een ernstige terugval had met een poging tot zelfmoord.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene zorg nodig heeft om ernstig nadeel te voorkomen en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De verplichte zorg omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname bij decompensatie. De machtiging geldt tot en met 29 december 2020. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en overwoog dat opname alleen kan plaatsvinden bij niet-meewerken en dreigend ernstig nadeel.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.