ECLI:NL:RBDHA:2020:6890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor kafala-kind wegens onvoldoende zorgbanden en middelenvereiste
Eiseres, een Marokkaanse minderjarige geboren in 2013, heeft via haar referente een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres geen onaanvaardbare toekomst in Marokko heeft en de referente niet voldoet aan het middelenvereiste. De rechtbank bevestigt dat de referent niet blijvend arbeidsongeschikt is en onvoldoende financiële draagkracht heeft aangetoond.
Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat eiseres niet adequaat kan worden verzorgd door naaste familie in Marokko. De enkele stelling dat zij een verlaten kind is, wordt niet ondersteund door objectieve bewijsstukken. De rechtbank overweegt dat het beroep op het kinderrechtenverdrag en eerdere jurisprudentie niet slaagt, omdat er geen sprake is van een gezinsleven of afhankelijkheid zoals in die zaken.
Het bezwaar tegen het niet horen van eiseres wordt eveneens verworpen, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en de procedurele waarborgen voldoende zijn nageleefd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.