ECLI:NL:RBDHA:2020:6892

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2020
Publicatiedatum
23 juli 2020
Zaaknummer
NL20.5501, NL20.5503, NL20.5505 en NL20.5507
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 VwArt. 30a Vw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken om voorlopige voorziening in zaak intrekking verblijfsvergunning asiel

Verzoeker en zijn drie minderjarige dochters, allen van Syrische nationaliteit, hebben voorlopige voorzieningen gevraagd tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het bestreden besluit betrof de intrekking van de verblijfsvergunning asiel van verzoeker met terugwerkende kracht en de afwijzing van zijn aanvraag tot verlenging. Daarnaast werden de aanvragen van de dochters tot verlening van verblijfsvergunningen niet-ontvankelijk verklaard.

De voorzieningenrechter behandelde de verzoeken om voorlopige voorziening gelijktijdig met de beroepszaken op 14 juli 2020. Verzoeker en zijn echtgenote waren aanwezig, bijgestaan door een gemachtigde en met tolk. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De rechtbank overweegt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien nog niet op het beroep is beslist. Nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het onderliggende beroep, is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter de verzoeken af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL20.5501, NL20.5503, NL20.5505 en NL20.5507

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum 1] ,
V-nummer: [V-nummer 1] ,
verzoeker,
en zijn drie minderjarige dochters:
[verzoekster 1],
geboren op [geboortedatum 2] ,
V-nummer: [V-nummer 2] ,
[verzoekster 2],
geboren op [geboortedatum 3]
V-nummer: [V-nummer 3] ,
[verzoekster 3] ,
geboren op [geboortedatum 4] ,
V-nummer: [V-nummer 4] ,
allen van Syrische nationaliteit,
verzoeksters,
(gemachtigde: mr. B. Wegelin),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. P.P. Zweedijk).

Procesverloop

Bij besluit van 27 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) ingetrokken met terugwerkende kracht tot 28 maart 2015.
Daarnaast is verzoekers aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a van de Vw.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft hij verzocht om een voorlopige voorziening.
Bij drie afzonderlijke besluiten van eveneens 27 februari 2020 heeft verweerder de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, ingediend op 4 juli 2018, van verzoeksters, niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a van de Vw.
Verzoeksters hebben tegen voormelde drie afzonderlijke besluiten eveneens beroep ingediend. Daarnaast hebben zij verzocht om een voorlopige voorziening.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de beroepszaken met nummers NL20.5500, NL20.5502, NL20.5504 en NL20.5506 plaatsgevonden op 14 juli 2020. Verzoeker en de gestelde derde echtgenote van verzoeker ( [naam echtgenote] ) zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Via een telefonische verbinding was als tolk mevrouw L. Makadam aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op voormelde beroepzaken. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Belhaj, griffier.
De uitspraak is gedaan op:
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.