Eiseres, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in op grond van dreiging van eerwraak vanwege haar relatie met een Koerdische man en het buitenechtelijk kind dat daaruit is geboren. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het gevaar.
Tijdens de procedure werd een DNA-onderzoek overlegd dat bevestigde dat de man de biologische vader is. Desondanks vond verweerder de dreiging niet aannemelijk, onder meer omdat eiseres geen overtuigende verklaring gaf over het betrekken van haar schoonfamilie bij haar zwangerschap en het zoeken van toevlucht bij een mannelijk familielid.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres geen gevaar loopt bij terugkeer, mede gelet op het algemeen ambtsbericht Irak waarin wordt vermeld dat eerwraak kan voorkomen, vooral bij buitenechtelijke relaties. Ook is de vereiste toetsing van de alleenstaande status van eiseres niet adequaat uitgevoerd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiseres.