ECLI:NL:RBDHA:2020:6943

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juli 2020
Publicatiedatum
23 juli 2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 10041
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:84 lid 5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na rechtmatig verblijf

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.

Tijdens de zitting gaf de gemachtigde van verzoeker aan dat verzoeker geen inhoudelijk belang meer heeft bij de voorlopige voorziening omdat hij inmiddels rechtmatig verblijf heeft gekregen. Daarom trok hij het verzoek in, maar verzocht wel om een proceskostenveroordeling van verweerder.

De voorzieningenrechter oordeelde dat geen sprake was van een tegemoetkoming door verweerder zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de verleende verblijfsvergunning betrekking had op een nieuwe aanvraag en niet op de aanvraag in deze procedure. Het verzoek om proceskostenveroordeling werd daarom afgewezen.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Nooijen op 24 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat verzoeker inmiddels rechtmatig verblijf heeft verkregen.

Uitspraak

VOORZIENINGENRECHTER VAN DE Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/10041

uitspraak van 24 juli 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker, V-nummer [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. J. Wieman).

Procesverloop

1. Bij beroepschrift van 20 december 2019 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 22 november 2019. Het beroep is geregistreerd onder Awb 19/10040. Op 20 december 2019 is eveneens verzocht een voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting van verzoeker achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist. Bij uitspraak van heden is op het beroep van verzoeker beslist.

Overwegingen

2. Tijdens de behandeling ter terechtzitting van het beroep, heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd aangegeven dat eiser geen inhoudelijk belang meer heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening, nu hij alsnog rechtmatig verblijf heeft gekregen. Het verzoek om een voorlopige voorziening trekt hij daarom in. Wel verzoekt hij om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
3. Verweerder heeft zich tegen een proceskostenveroordeling verzet.
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een situatie zoals genoemd in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (ingevolge artikel 8:84, lid 5, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing in deze procedure). Er is geen sprake geweest van een tegemoetkomen door verweerder als bedoeld in dit artikel. De uiteindelijk verleende verblijfsvergunning ziet op de nieuwe aanvraag van eiser van 31 maart 2020, en niet op de aanvraag van eiser in de onderhavige procedure. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is op 24 juli 2020 gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S.J. van Kooij, griffier.
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment, voor zover nodig, alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.