Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Kruškić tegen Kroatië(ECLI:CE:ECHR:2001:0712JUD002570294).
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Syrische vrouw, heeft beroep ingesteld tegen de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland. Haar kleinzoon, die in Nederland verblijft, had de aanvraag voor haar ingediend. Verweerder stelde dat de familierechtelijke relatie en hechte persoonlijke banden niet voldoende waren aangetoond en dat het Nederlandse algemeen belang zwaarder woog.
De rechtbank oordeelt dat uit geboorte-uittreksels blijkt dat eiseres de grootmoeder is van referent, haar kleinzoon, en dat verweerder dit niet heeft betwist. Verder is vastgesteld dat tussen eiseres en referent hechte persoonlijke banden bestaan, ondanks dat referent inmiddels zelfstandig woont, omdat zij jarenlang samenwoonden en eiseres een zorgende rol vervulde.
De rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende gewicht heeft toegekend aan deze banden in de belangenafweging en dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd, in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op om opnieuw te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot nieuwe belangenafweging.