Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
[de vrouw] ,
Procesverloop
[psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 20 juli 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel conform artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, een vrouw geboren in 1949, die verblijft in een zorgaccommodatie vanwege een schizo-affectieve stoornis.
De crisismaatregel was oorspronkelijk opgelegd op 14 juli 2020. Betrokkene vertoonde agressief gedrag en was niet coöperatief, hetgeen leidde tot het toedienen van noodmedicatie. De psychiater gaf aan dat de situatie ernstig was en dat voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk was om ernstig lichamelijk letsel en gevaar voor de veiligheid van personen te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat de voorgestelde verplichte zorgmaatregelen, waaronder het toedienen van vocht, voeding, medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en insluiting, proportioneel en noodzakelijk waren. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 10 augustus 2020, met uitzondering van het beperken van het recht op bezoek, wat werd afgewezen.
De beschikking is uitgesproken door rechter C.G. Meeder en de schriftelijke uitwerking vastgesteld op 23 juli 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorgmaatregelen voor drie weken.