Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[eiser sub 1] te [plaats 1] ,
[eiser sub 2]te [plaats 1] ,
1.[gedaagde sub 1] te [plaats 1] ,
[gedaagde sub 2]te [plaats 2] ,
Rechtbank Den Haag
Eisers en gedaagden exploiteerden samen een sportschool, maar de samenwerking werd in maart 2020 beëindigd vanwege wanbetaling en onenigheid over voortzetting en eigendom. Eisers zetten de sportschool voort onder een andere naam en vorderen diverse verboden tegen gedaagden wegens intimiderend en bedreigend gedrag.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de zakelijke afwikkeling buiten dit kort geding valt en onvoldoende is toegelicht. De feitelijke situatie is dat eisers de sportschool voortzetten en een van de gedaagden gedetineerd is. De andere gedaagde heeft de sportschool meerdere malen bezocht en daarbij gedrag vertoond dat als bedreigend is ervaren.
Daarom wordt aan deze gedaagde een locatieverbod opgelegd voor een straal van 200 meter rondom de sportschool voor zes maanden, met een gematigde dwangsom en machtiging tot tenuitvoerlegging met politie. De overige gevorderde verboden, zoals contactverboden en rectificatie, worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs en belangenafweging.
Uitkomst: Locatieverbod voor zes maanden opgelegd aan één gedaagde, overige vorderingen afgewezen.