ECLI:NL:RBDHA:2020:7102
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit strandhuisjes Katwijk
Verzoekster, een VOF die een strandpaviljoen exploiteert op het strand van Katwijk, plaatste twee extra strandhuisjes naast een bestaande rij van acht huisjes. De gemeente stelde dat deze plaatsing in strijd was met het bestemmingsplan, omdat de onderlinge afstand tussen de strandhuisjes niet overal gelijk was zoals voorgeschreven. Verzoekster kreeg een last onder dwangsom opgelegd om de overtreding te beëindigen.
Verzoekster betoogde dat de planregels onverbindend zijn of buiten toepassing moeten worden gelaten, dat geen vergunning nodig is voor de strandhuisjes en dat de afstandsregels flexibel geïnterpreteerd moeten worden vanwege de strandopgang. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het bestemmingsplan wél verbindend is en dat aanvullende bouwregels ook voor vergunningvrije bouwwerken kunnen gelden. De onderlinge afstand moet gelijk zijn, en de huidige situatie voldoet daar niet aan.
De rechtbank stelde vast dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat omdat verzoekster geen vergunningaanvraag heeft ingediend en de gemeente niet bereid is af te wijken van het bestemmingsplan. Ook vond de voorzieningenrechter dat handhaving niet onevenredig is, mede omdat verzoekster vooraf gewaarschuwd was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit wordt afgewezen.