ECLI:NL:RBDHA:2020:7105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens niet-tijdige beslissing bestuursorgaan
Verzoeker is in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, nam verweerder alsnog een beslissing, waardoor verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank besloot partijen niet uit te nodigen voor een zitting, omdat dit niet noodzakelijk was volgens artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan de rechtbank proceskosten toewijzen wanneer een bestuursorgaan niet tijdig beslist.
Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing nam, werd verzoeker een vergoeding toegekend. Gezien de aard van de zaak en het inschakelen van een advocaat werd een vast bedrag toegekend, verminderd met een wegingsfactor van 0,5 omdat het beroep alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van €262,50 aan verzoeker.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Verra, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, en is bekendgemaakt op 19 juni 2020.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens niet tijdig beslissen.