ECLI:NL:RBDHA:2020:7105

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juni 2020
Publicatiedatum
29 juli 2020
Zaaknummer
NL20.5391
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens niet-tijdige beslissing bestuursorgaan

Verzoeker is in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, nam verweerder alsnog een beslissing, waardoor verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.

De rechtbank besloot partijen niet uit te nodigen voor een zitting, omdat dit niet noodzakelijk was volgens artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan de rechtbank proceskosten toewijzen wanneer een bestuursorgaan niet tijdig beslist.

Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing nam, werd verzoeker een vergoeding toegekend. Gezien de aard van de zaak en het inschakelen van een advocaat werd een vast bedrag toegekend, verminderd met een wegingsfactor van 0,5 omdat het beroep alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van €262,50 aan verzoeker.

De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Verra, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, en is bekendgemaakt op 19 juni 2020.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

uitspraak buiten zitting

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.5391
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.A. Krikke), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft laten weten dat hij bereid is om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
Verzoeker is op 28 februari 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Verweerder heeft de rechtbank op 17 maart 2020 bericht dat hij op 3 maart 2020 alsnog een beslissing heeft genomen. Omdat verweerder alsnog heeft beslist, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat verzoeker een advocaat heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen ging over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag
toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen
worden. Toegekend wordt € 262,50.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 262,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak voor zover nodig alsnog in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
19 juni 2020

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u hiertegen in verzet. U moet hiervoor binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt een verzetschrift indienen. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.