ECLI:NL:RBDHA:2020:711

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2020
Publicatiedatum
30 januari 2020
Zaaknummer
NL19.30118
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b VwArt. 62 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens veilig land van herkomst Tunesië ondanks bloedwraakvete

Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende persoon, vreesde slachtoffer te worden van een bloedwraakvete vanwege een geschil over grond tussen zijn familie en een naburige familie. De staatssecretaris wees de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat Tunesië als veilig land van herkomst geldt en het niet aannemelijk was dat eiser geen bescherming van de autoriteiten kon krijgen.

De rechtbank bevestigde dat Tunesië in algemene zin veilig is en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit in zijn specifieke situatie anders was. Argumenten over de veiligheid voor LHBT’s en bekeerlingen werden niet gevolgd, omdat deze niet direct relevant waren voor de bloedwraakvete. Ook het feit dat er moorden zijn gepleegd binnen de vetes was onvoldoende bewijs voor onveiligheid.

De rechtbank oordeelde dat eiser zich niet in de nabijheid van de rivaliserende familie hoeft te vestigen en dat de Tunesische autoriteiten redelijke bescherming bieden. Daarom was het besluit om de asielaanvraag af te wijzen terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Tunesië als veilig land van herkomst geldt en bescherming door autoriteiten mogelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.30118

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. T. Thissen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak).

ProcesverloopBij besluit van 6 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL19.30119, plaatsgevonden op 8 januari 2020 te Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen B. Arabi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Tunesische nationaliteit. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij het volgende slachtoffer vreest te worden van een bloedwraakvete om de verkrijging van een stuk grond die al jaren speelt tussen zijn familie en de familie die naast de zijne woont.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft eisers gestelde nationaliteit, identiteit en herkomst en eisers verklaringen over de bloedwraakvete geloofwaardig geacht. Verweerder acht het echter ongeloofwaardig dat eiser in Tunesië gevaar loopt omdat Tunesië een veilig land van herkomst is en omdat het niet aannemelijk is dat eiser niet de bescherming kan verkrijgen van de Tunesische autoriteiten.
3. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Eerst stelt de rechtbank vast dat niet in geschil is dat Tunesië in algemene zin kan worden aangemerkt als veilig land van herkomst.
5. Ter zitting heeft eiser zijn beroepsgrond dat verweerders motivering innerlijk tegenstrijdig is ingetrokken.
6. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat het voor hem persoonlijk veilig is om naar Tunesië terug te keren. Daarbij wijst hij erop dat niet is voorkomen dat ten gevolge van de bloedwraakvete leden van zijn eigen familie en van de rivaliserende familie zijn vermoord, ondanks dat de Tunesische autoriteiten om bescherming is gevraagd. Daarnaast wijst eiser erop dat Tunesië geen veilig land van herkomst is voor LHBT’s en bekeerlingen, en dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt waarom dit niet ook voor betrokkenen bij bloedwraakvetes zou gelden.
7. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat Tunesië in zijn situatie en in afwijking van het algemene uitgangspunt niet kan gelden als veilig land van herkomst. Daarin is eiser niet geslaagd door te wijzen op de uitzondering voor LHBT’s en bekeerlingen, nu niet is onderbouwd dat de hoedanigheid van betrokkene bij een bloedwraakvete niet alleen leidt tot vrees voor de rivaliserende partij maar ook tot vrees in geheel Tunesië. Ook de enkele stelling dat niet is voorkomen dat in het kader van de bloedwraakvete moorden zijn gepleegd is onvoldoende. Verweerder heeft er namelijk terecht op gewezen dat eiser zich in Tunesië niet in de nabijheid van de rivaliserende familie hoeft te vestigen en dat uit zijn relaas is gebleken dat de Tunesische autoriteiten alles in het werk stellen wat redelijkerwijs mogelijk is om eiser te beschermen.
8. Gelet hierop is eisers asielaanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit brengt met zich dat verweerder op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw aan eiser een vertrektermijn heeft mogen onthouden.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.