Eiseres ontving een loongerelateerde WIA-uitkering die op een gegeven moment werd omgezet naar een loonaanvullende uitkering. Verweerder vorderde een bedrag van €3.118,98 bruto terug wegens vermeende dubbele uitkering over de periode januari 2017 tot februari 2018. Eiseres stelde dat zij geen werkzaamheden had verricht in die periode en dat de betaling onterecht was.
Na een eerdere mededeling dat zij niets hoefde terug te betalen, ontving eiseres toch een terugvordering. De rechtbank stelde vast dat verweerder abusievelijk een netto bedrag van €1.790,10 had overgemaakt, wat onverschuldigd was betaald. De brutering van het terug te vorderen bedrag was onterecht omdat het om een eenmalige administratieve fout ging en niet om een ten onrechte betaalde uitkering.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit voor zover het bedrag is gebruteerd. De terugvordering werd vastgesteld op het netto bedrag van €1.790,10. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling omdat eiseres in persoon procedeerde.