ECLI:NL:RBDHA:2020:7179
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking inschrijving Nederlandse echtscheiding in Turkije
De vrouw en de man zijn in Turkije gehuwd en inmiddels in Nederland gescheiden via een Nederlandse echtscheidingsbeschikking. Deze echtscheiding is echter nog niet in Turkije geregistreerd, waardoor de vrouw problemen ondervindt bij het afstand doen van haar Turkse nationaliteit, noodzakelijk voor het behoud van haar Nederlandse nationaliteit.
De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld zijn medewerking te verlenen aan de inschrijving van de echtscheiding in Turkije, onder meer door een afspraak te maken met het Turkse consulaat. De man weigert dit, omdat hij de echtscheiding in Turkije via een gerechtelijke erkenningsprocedure wil laten uitspreken, waarbij ook het huwelijksvermogen wordt verdeeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man niet kan worden gedwongen mee te werken aan de consulaire inschrijving, omdat de vrouw de erkenningsprocedure in Turkije zelfstandig kan starten zonder zijn medewerking. Hoewel deze procedure mogelijk kostbaarder en tijdrovender is, is dat inherent aan het Turkse systeem en kan de man hier niet op worden aangesproken.
De rechtbank wijst de vordering af en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De vrouw behoudt de mogelijkheid om in Turkije de erkenningsprocedure te voeren, waarmee zij haar belangen kan behartigen.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan inschrijving van de echtscheiding in Turkije wordt afgewezen.