ECLI:NL:RBDHA:2020:718
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Luxemburg op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Luxemburg volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat overdracht aan Luxemburg vanwege zijn medische situatie een reëel risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheidstoestand inhoudt. Hoewel eiser verklaarde medische klachten te hebben waarvoor hij in Luxemburg werd behandeld, is niet gebleken dat hij in Nederland onder behandeling staat.
De rechtbank stelt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Luxemburg vergelijkbare medische zorg biedt als Nederland. Er is geen grond om te veronderstellen dat overdracht in strijd is met het EVRM of het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
Omdat eiser zijn medische toestand niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt, was nader medisch onderzoek niet nodig. Verweerder hoefde geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om de behandeling van het verzoek aan zich te trekken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Luxemburg wordt ongegrond verklaard.