ECLI:NL:RBDHA:2020:7191
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek en oplegging wrakingsverbod wegens misbruik bevoegdheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die betrokken waren bij een eerdere wrakingsprocedure, omdat zij voorafgaand aan en tijdens de wrakingszitting geen toestemming kregen voor het maken van camerabeelden. De wrakingskamer oordeelt dat dergelijke procedurele beslissingen over de gang van zaken op de zitting in principe geen grond voor wraking kunnen vormen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid. Dit is niet gesteld noch gebleken.
Daarnaast constateert de wrakingskamer dat de gemachtigde van verzoekster het wrakingsverzoek heeft gebruikt om een brede maatschappelijke kritiek op de rechterlijke macht te uiten, los van het handelen van de gewraakte rechters. Dit wordt gezien als misbruik van het wrakingsrecht. Daarom legt de wrakingskamer een wrakingsverbod op en bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen.
De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af, bepaalt dat de procedure in de eerste wrakingszaak wordt voortgezet en beveelt toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen. De uitspraak is gedaan door de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag op 3 augustus 2020 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van het wrakingsrecht.