Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese vreemdeling, werd op 15 juni 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 2 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De bewaring werd op 3 juli 2020 opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was en schadevergoeding toekomt.
Eiser voerde aan dat de maatregel disproportioneel was omdat een lichter middel had moeten worden toegepast, gezien zijn medewerking aan vertrek en het ontbreken van een significant risico op onderduiken. Hij verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat geen minder dwingende maar even doeltreffende maatregelen beschikbaar waren. Eiser had meerdere keren Nederland verlaten zonder zich aan de verplichtingen te houden, beschikte niet over financiële middelen of reisdocumenten om zelfstandig te vertrekken, en de bewaring was noodzakelijk voor overdracht aan Duitsland. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom afgewezen.
De rechtbank wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.