ECLI:NL:RBDHA:2020:7288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot verblijf voor minderjarige vreemdelingen wegens ontbreken familierelatie en onaanvaardbare toekomst
Eiseressen, twee minderjarige Sierra Leoonse vreemdelingen, vroegen om een machtiging tot verblijf bij pleegouders in Nederland. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van een aantoonbare familierechtelijke relatie en het niet voldoen aan het criterium van een onaanvaardbare toekomst in Sierra Leone.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de echtheid van overgelegde documenten en dat er sprake was van een ambtelijke misslag in eerdere vergelijkbare zaken. Desondanks concludeerde de rechtbank dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat de gevallen niet gelijk zijn en verweerder de ambtelijke misslag niet hoeft te herhalen.
Verder stelde de rechtbank vast dat de afstammingsrelatie niet met objectief verifieerbare documenten was aangetoond en dat er onvoldoende bewijs was dat eiseressen verstoken zijn van zorg in Sierra Leone. De hoorplicht werd niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseressen tegen de afwijzing van hun machtiging tot verblijf wordt ongegrond verklaard.