ECLI:NL:RBDHA:2020:7323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom en onbetrouwbare verklaringen over drugshandel en huisinval
Eiser, een Iraanse staatsburger, diende op 26 augustus 2018 een asielaanvraag in met als grondslag zijn bekering tot het christendom en bedreigingen vanwege vermeende drugshandel en tegenstand tegen het regime. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bekering en de verklaringen over drugshandel en huisinval.
Tijdens het nader gehoor gaf eiser ontwijkende en tegenstrijdige antwoorden over zijn geloofsproces, innerlijke overtuiging en activiteiten als christen. Zijn kennis van het christendom leek beperkt ondanks zijn beweringen van Bijbelstudie en kerkgang. Verweerder oordeelde dat het enkele bijwonen van kerkdiensten onvoldoende was om de bekering aannemelijk te maken.
Eiser betoogde dat zijn oprechtheid niet gemeten kon worden aan enkele gesprekken, maar de rechtbank vond dat verweerder het onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd volgens de werkinstructie 2019/18. Eiser betwistte ook niet de ongeloofwaardigheid van zijn verklaringen over de drugshandel en invallen.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende bewijs.