Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse Dublinclaimant, is op 19 juni 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank hield op 29 juni 2020 een zitting waar eiser en zijn gemachtigde verschenen.
Eiser betwistte enkele zware en lichte gronden voor bewaring, maar de rechtbank constateerde dat voldoende andere gronden onbetwist bleven die een significant risico op het onttrekken aan toezicht aannemelijk maken. De rechtbank oordeelde dat de bewaring daarom terecht is opgelegd. Tevens stelde eiser dat de overdrachtstermijn van zes maanden na het claimakkoord met Duitsland was verstreken, maar de rechtbank concludeerde dat deze termijn door een verlenging niet was verstreken.
Verder voerde eiser aan dat het zicht op verwijdering binnen een redelijke termijn ontbreekt en dat vanwege zijn medische problemen een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank vond echter dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden en dat de maatregelen in het detentiecentrum passend waren, ook in het licht van de coronapandemie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.