ECLI:NL:RBDHA:2020:7359
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werd geen verblijfsvergunning regulier of uitstel van vertrek verleend. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 30 juli 2020 vond de zitting plaats waarbij verzoeker en zijn gemachtigde verschenen en de gemachtigde van de Staatssecretaris aanwezig was. De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist.
Omdat op dezelfde dag en in een andere zaak (NL20.10880) reeds uitspraak was gedaan op het beroep, was het verzoek om voorlopige voorziening niet ontvankelijk. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat reeds op het beroep is beslist.