Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, is op 16 juni 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte alle bewaringsgronden, maar de rechtbank oordeelde dat de zware gronden van ongewenstverklaring en het niet beschikken over voldoende middelen van bestaan voldoende waren toegelicht en samen een risico op het onttrekken aan toezicht rechtvaardigen.
Eiser voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde. De rechtbank stelde vast dat de Dienst Terugkeer en Vertrek een laissez-passer aanvroeg en dat de coronamaatregelen een tijdelijke belemmering vormden, maar dat er wel zicht was op uitzetting binnen redelijke termijn.
Verder stelde eiser dat hij in detentie niet de benodigde medische zorg kreeg, maar dit was onvoldoende onderbouwd en er was geen medische ongeschiktheid voor detentie vastgesteld. Ook het verweer dat een lichter middel had moeten worden toegepast faalde, omdat verweerder de noodzaak van bewaring voldoende had gemotiveerd, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Buys op 7 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.