ECLI:NL:RBDHA:2020:7420

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2020
Publicatiedatum
4 augustus 2020
Zaaknummer
C/09/595729 / JE RK 20-1608
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M. van Loenhoud
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten accommodatie voor jeugdhulp na spoedmachtiging

De kinderrechter heeft op 21 juli 2020 een machtiging verleend voor de opname en het verblijf van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden, na een eerdere spoedmachtiging van 9 juli 2020.

De minderjarige vertoont ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen, waaronder impulsief en risicovol gedrag, alcohol- en drugsgebruik en betrokkenheid bij delicten. Eerdere trajecten in open setting zijn vroegtijdig beëindigd vanwege terugval in oude gedragspatronen. De gesloten setting is noodzakelijk vanwege de begrenzing, structuur en toezicht die nodig zijn om terugval te voorkomen en veiligheid te waarborgen.

De kinderrechter overweegt dat de problematiek complex is en dat de minderjarige een gevaar voor zichzelf en de samenleving kan vormen. Er is nog geen effectieve behandeling gevonden die een vervolgstap mogelijk maakt. Er wordt ingezet op intensieve behandeling, waaronder psychodiagnostisch onderzoek en behandeling gericht op ADHD, hechtingsproblematiek en dyslexie.

De pleegouders stemmen in met de maatregel. De kinderrechter benadrukt het belang van het concretiseren van het behandel- en woonperspectief op korte termijn, mede in het licht van de naderende meerderjarigheid van de minderjarige. Alternatieven zoals begeleide woonvormen of GGZ-instellingen worden overwogen.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: Machtiging verleend voor opname en verblijf van minderjarige in gesloten jeugdhulpaccommodatie voor zes maanden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/595729 / JE RK 20-1608
Datum uitspraak: 21 juli 2020

Beschikking van de kinderrechter

Machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp na een spoedmachtiging

in de zaak naar aanleiding van het op 9 juli 2020 ingekomen verzoekschrift van:
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden, hierna te noemen: de Raad,
betreffende:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. R.N. Baldew te Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man] ,

de pleegvader,
en

[de vrouw] ,

de pleegmoeder,
hierna te noemen: de pleegouders,
wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Bij beschikking van 9 juli 2020 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven van 10 juli 2020 tot 23 juli 2020. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden tot de zitting.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook de voornoemde beschikking van 9 juli 2020.
Op 21 juli 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:
  • [minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat;
  • de pleegouders;
  • [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling.
[minderjarige] is in het bijzijn van zijn advocaat voorafgaand aan de zitting ook apart door de kinderrechter in raadkamer gehoord.
Verzoek
Het verzoek strekt tot machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
Aan het verzoek ligt ten grondslag dat [minderjarige] , ondanks de inzet van meerdere trajecten, nog niet in staat is om te functioneren in een open setting en kan omgaan met vrijheden. Zowel bij Hand in Hand als bij Yes We Can Clinics zijn de trajecten vroegtijdig beëindigd nadat [minderjarige] is teruggevallen in oude gedragspatronen. Hij liet zich niet aansturen, er was sprake van alcohol- en (hard)drugsgebruik en hij is betrokken geraakt bij delicten. De begrenzing, structuur en het toezicht van de gesloten setting is daarom nog noodzakelijk. Bij de huidige accommodatie wordt onderzocht welke vorm van behandeling nu passend is. Mede vanwege de beperkte motivatie van [minderjarige] en het verhoogde risico op terugval in gevaarlijk gedrag, is het nog onduidelijk hoe het vervolgtraject eruit zal zien. Wel is besloten om opnieuw psychodiagnostisch onderzoek te doen en te starten met behandeling gericht op ADHD, hechtingsproblematiek en dyslexie.
De advocaat van [minderjarige] heeft aangevoerd dat het perspectief op behandeling op korte termijn duidelijk moet zijn, omdat [minderjarige] al langdurig gesloten zit en het niet lukt om toe te werken naar een vervolgstap. De hulp en begeleiding in de gesloten setting is op dit moment wel noodzakelijk, ter bescherming van [minderjarige] en anderen om hem heen.
De pleegouders hebben ingestemd met het verzochte.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de jeugdhulp die hij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
Daarbij overweegt de kinderrechter dat de problematiek van [minderjarige] dusdanig complex is dat hij, als gevolg van impulsief en risicovol gedrag, een gevaar voor de samenleving kan vormen. Het is nog niet gelukt om een passende behandeling in te zetten die effectief is en er voor zorgt dat hij een vervolgstap kan maken. Voor de veiligheid van [minderjarige] en die van anderen om hem heen zijn de kaders van de gesloten setting daarom noodzakelijk. Evenwel is de kinderrechter met de advocaat van oordeel dat er zeer intensieve inzet nodig is om het behandel- en woonperspectief op korte termijn te concretiseren. Deze situatie kan, mede in aanloop naar meerderjarigheid, niet blijven voortduren. Het is van belang dat opnieuw wordt gekeken naar de persoonlijkheidsontwikkeling van [minderjarige] en dat alternatieven worden afgewogen, zoals een begeleide woonvorm of een instelling met GGZ-ondersteuning.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet van 23 juli 2020 tot 23 januari 2021.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2020 door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Viezee als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 juli 2020.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.