ECLI:NL:RBDHA:2020:7422

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2020
Publicatiedatum
4 augustus 2020
Zaaknummer
C/09/595171 / JE RK 20-1521
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M. van Loenhoud
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortgezet verblijf in gesloten jeugdhulp na meerderjarigheid

De gecertificeerde instelling verzocht om een nieuwe machtiging voor het verblijf van de minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, aansluitend op een eerdere machtiging die liep tot haar 18e verjaardag. De minderjarige kampt met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die haar ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren en vertoont risico's op impulsief gedrag, zelfbeschadiging en suïcide.

De kinderrechter nam kennis van het dossier, waaronder een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper en het hulpverleningsplan dat al voor haar meerderjarigheid was vastgesteld. Er is nog geen passende vervolgplek gerealiseerd, waardoor voortzetting in een kleinschalige, beschermde woon- en behandelomgeving noodzakelijk wordt geacht.

De machtiging wordt verleend voor zes maanden na haar 18e verjaardag, met de verwachting dat de gecertificeerde instelling intensief zal inzetten op een zorgvuldige overdracht en het realiseren van een passende vervolgplek. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: Machtiging verleend voor voortgezet verblijf in gesloten jeugdhulp tot zes maanden na meerderjarigheid.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/595171 / JE RK 20-1521
Datum uitspraak: 21 juli 2020

Beschikking van de kinderrechter

Nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp

in de zaak naar aanleiding van het op 26 juni 2020 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
betreffende:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige]
advocaat: mr. S.I. Kouwenhoven te Naaldwijk.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlagen;
  • de instemmingsverklaring d.d. 3 juli 2020 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die [minderjarige] met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
Op 21 juli 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:
  • [minderjarige] bijgestaan door haar advocaat;
  • [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling.

Feiten

  • Bij beschikking van 23 september 2009 is de gecertificeerde instelling belast met de voogdij over [minderjarige] .
  • [minderjarige] verblijft feitelijk in de gesloten accommodatie voor jeugdhulp [verblijfplaats]
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 maart 2020 laatstelijk machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 24 maart 2020 tot 25 juli 2020, zijnde tot [minderjarige] meerderjarig wordt.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen.

Verzoek

Het verzoek strekt tot machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden vanaf het moment dat zij meerderjarig wordt (en de huidige machtiging afloopt).
Aan het verzoek ligt ten grondslag dat de veiligheid van [minderjarige] in het geding is als zij niet in de accommodatie kan blijven na haar 18e verjaardag. Zij heeft begeleiding en zorg nodig omdat het risico op impulsief gedrag – waaronder zelfbeschadiging en suïcide – aanwezig is en zij een gevaar kan vormen voor zichzelf. Daarnaast zijn er ernstige zorgen dat [minderjarige] in risicovolle situaties terecht komt en er misbruik van haar wordt gemaakt. Zij heeft daarom een beschermde woon- en behandelomgeving nodig. Gelet op haar cognitieve niveau en kwetsbare ontwikkeling is een kleinschalige voorziening passend. Het is nog niet gelukt om een passende vervolgplek te realiseren. De machtiging is daarom noodzakelijk om [minderjarige] de bescherming te bieden die zij nodig heeft, de traumabehandeling te vervolgen en een passende vervolgplek te realiseren. Er is reeds bewindvoering en mentorschap aangevraagd.
[minderjarige] heeft ingestemd met het verzochte. Namens [minderjarige] heeft de advocaat aangevoerd dat het verzochte noodzakelijk is omdat er (nog) geen andere plek is waar [minderjarige] veilig kan wonen. Het is daarom van belang dat zij binnen de kaders wel zoveel mogelijkheid vrijheid krijgt, in aanloop naar de vervolgplek.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de hulp die zij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
Uit de stukken blijkt dat de huidige behandeling van [minderjarige] reeds is aangevangen voordat de leeftijd van achttien jaar is bereikt en dat een hulpverleningsplan is vastgesteld. Hieruit blijkt dat toegewerkt wordt naar een andere vorm van hulp dan gesloten jeugdhulp, passend bij haar functioneren. De machtiging gesloten jeugdhulp zal niet langer duren dan tot zes maanden na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar.
Daarbij overweegt de kinderrechter dat het verzochte noodzakelijk is om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen en het vervolgtraject in een beschermde woonomgeving verder vorm te geven, nu het niet is gelukt om dit voor meerderjarigheid te realiseren. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat er geen andere plek is waar [minderjarige] nu (volledig) kan verblijven. De kinderrechter verwacht van de gecertificeerde instelling intensieve inzet om een zorgvuldige overdracht te realiseren voor hun voogdijpupil.
Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet, van 25 juli 2020 tot 25 januari 2021.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2020 door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Viezee als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 juli 2020.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.