ECLI:NL:RBDHA:2020:7442
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitschrijving uit Basisregistratie Personen gemeente Den Haag
Verzoeker is op 3 juni 2020 uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (Brp) van de gemeente Den Haag omdat hij niet op het geregistreerde adres kon worden bereikt en geen adreswijziging had doorgegeven. Na een gedegen onderzoek, waaronder een huisbezoek en raadpleging van diverse bronnen, kon geen verblijfadres worden vastgesteld. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 3 augustus 2020, gehouden via Skype, heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat verweerder aan de wettelijke voorwaarden van artikel 2.22 Wet Brp heeft voldaan. Verzoeker kon niet worden bereikt op het adres, reageerde niet op correspondentie en verscheen niet op een gemaakte afspraak. Hoewel verzoeker stelt dat hij tijdelijk op een luchtbed slaapt en nog geen bed heeft, is dit onvoldoende om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter benadrukt dat uitschrijving uit de Brp ingrijpende gevolgen heeft en dat zorgvuldig onderzoek vereist is. Dit is hier gebeurd. Verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om alsnog een afspraak te maken en zich te laten inschrijven indien hij daadwerkelijk op het adres woont. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitschrijving uit de Basisregistratie Personen wordt afgewezen.