ECLI:NL:RBDHA:2020:7445
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1991 en lijdend aan schizofrenie met een lichte verstandelijke beperking (LVB). Betrokkene erkent zijn ziekte maar weigert medicatie en opname, terwijl zijn begeleiders en casemanager aangeven dat zonder medicatie zijn toestand verslechtert en hij vastloopt.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, ambulant begeleider, casemanager en mentor gehoord. De casemanager lichtte toe dat het ernstig nadeel voortvloeit uit de psychische stoornis en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De rechtbank stelde vast dat de voorgestelde vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn.
De zorgmachtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, onderzoek aan kleding en woonruimte, controle op gedrag-beïnvloedende middelen en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot 23 januari 2021. Het verzoek tot meer of andere zorgvormen werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene met schizofrenie tot 23 januari 2021.