ECLI:NL:RBDHA:2020:7461
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd over het voornemen de zaak buiten zitting af te doen, waarop geen van de partijen een zitting noodzakelijk achtte.
De rechtbank heeft vervolgens een uitspraak gedaan op het beroep in een andere zaak (zaaknummer NL20.8543). Omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan, is het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer mogelijk en wordt dit verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.P. Glerum en griffier A.M. Zwijnenberg, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.