ECLI:NL:RBDHA:2020:7470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel wegens vertrekplicht naar Zwitserland
Eiser, een Palestijn geboren in 1981, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds een geldige verblijfsvergunning in Zwitserland bezit sinds 23 juni 2011.
Eiser betoogt dat hij vanwege de coronacrisis niet aan zijn onmiddellijke vertrekplicht naar Zwitserland kan voldoen. De rechtbank oordeelt echter dat de coronamaatregelen een tijdelijke belemmering vormen en dat eiser zich alsnog onmiddellijk naar Zwitserland moet begeven zodra dat mogelijk is.
Verder stelt de rechtbank dat eiser zelf verantwoordelijk is voor het effectueren van zijn verblijfsrechten in Zwitserland en dat hij zich bij problemen tot de Zwitserse autoriteiten moet wenden. Er is geen bewijs dat hij dit heeft gedaan of dat deze mogelijkheid ontbreekt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Banga en griffier E. de Jong op 9 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag blijft in stand.