ECLI:NL:RBDHA:2020:7502
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit na ongegrondverklaring beroep verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen door niet-ontvankelijkverklaring in de algemene procedure. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank heeft het beroep met zaaknummer NL20.11498 ongegrond verklaard. Door deze beslissing is niet langer voldaan aan de connexiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die vereist dat het verzoek om voorlopige voorziening verbonden moet zijn met een lopende beroepsprocedure.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Het onderzoek ter zitting is achterwege gebleven met toestemming van partijen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken connexiteitsvereiste na ongegrondverklaring beroep.