ECLI:NL:RBDHA:2020:7507
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteitsvereiste
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend in verband met een lopende bestuursrechtelijke procedure tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De voorzieningenrechter baseert zijn bevoegdheid op artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat het mogelijk maakt een voorlopige voorziening te treffen indien onverwijlde spoed dat vereist.
Op dezelfde dag heeft de rechtbank in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 19/8784) het beroep van verzoekster ongegrond verklaard. Hierdoor is niet langer voldaan aan de connexiteitsvereiste zoals bedoeld in artikel 8:81 Awb Pro, die vereist dat het verzoek om voorlopige voorziening verbonden is met een lopende hoofdprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en kan niet worden aangevochten door hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de connexiteitsvereiste.