ECLI:NL:RBDHA:2020:7509
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens ontbreken rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
Eiseres, een Spaanse staatsburger geboren in 1953, verbleef sinds juli 2018 in Nederland en ontving een bijstandsuitkering. Verweerder stelde bij besluit vast dat zij nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had volgens artikel 8.12, eerste lid, Vreemdelingenbesluit 2000, omdat zij langer dan drie maanden verbleef zonder voldoende bestaansmiddelen en zonder arbeid te verrichten of als werkzoekende met reële kans op werk te zijn.
Eiseres voerde aan dat het beëindigen van haar verblijfsrecht in strijd is met het Unierecht en het EVRM, en dat haar bijstandsuitkering was beëindigd. Zij stelde ook dat zij vanwege medische klachten arbeidsongeschikt is en dat haar werkbemiddeling werd beëindigd vanwege haar pensioengerechtigde leeftijd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf als werknemer, zelfstandige of werkzoekende en onvoldoende bewijs leverde dat zij financieel werd onderhouden door haar zoon. De belangenafweging woog het belang van de Nederlandse staat om eiseres te verwijderen zwaarder dan het belang van eiseres om te blijven, mede vanwege haar korte verblijf en het beroep op algemene middelen.
Een beroep op artikel 8 EVRM Pro kon niet leiden tot verblijfstoekenning zonder een daartoe strekkende aanvraag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan.