ECLI:NL:RBDHA:2020:7512
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens ontbrekende connexiteit
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 18 mei 2020 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig met de hoofdzaak (zaaknummer NL20.11280) op 6 augustus 2020. Tijdens deze zitting is het beroep van verzoekster ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen, omdat niet langer wordt voldaan aan het connexiteitsvereiste.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. van Nooijen en griffier E. Frieling. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet plaats op een openbare zitting, maar zal deze later indien nodig alsnog openbaar worden uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en niet langer aan het connexiteitsvereiste wordt voldaan.