ECLI:NL:RBDHA:2020:7515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Nederland mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk, tenzij eiser aannemelijk maakt dat dit niet kan. De door eiser overgelegde informatie, waaronder het AIDA-rapport en zijn persoonlijke verklaringen, bieden onvoldoende grond om te concluderen dat Frankrijk structurele tekortkomingen vertoont die het vertrouwensbeginsel ondermijnen.
Eiser heeft gesteld mishandeld te zijn in Frankrijk en medische klachten te hebben, maar heeft dit niet voldoende onderbouwd. Ook is niet gebleken dat Frankrijk hem geen bescherming kan bieden of dat overdracht aan Frankrijk leidt tot een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank acht het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en zorgvuldig genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Frankrijk wordt ongegrond verklaard.