ECLI:NL:RBDHA:2020:7524

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 augustus 2020
Publicatiedatum
10 augustus 2020
Zaaknummer
NL20.9583
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 28 Vreemdelingenwet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet tijdig besluit verblijfsvergunning

Eiser heeft op 12 september 2019 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Omdat verweerder niet tijdig op deze aanvraag besloot, stelde eiser op 28 april 2020 beroep in bij de rechtbank. Op 9 juni 2020 nam verweerder alsnog een besluit en stelde een dwangsombesluit vast. Vervolgens trok eiser het beroep op 10 juni 2020 in en verzocht tegelijkertijd om een proceskostenveroordeling van verweerder op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.

Verweerder gaf op 14 juni 2020 aan bereid te zijn de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van €262,50. De rechtbank constateerde dat het beroep terecht was ingesteld en ingetrokken vanwege tegemoetkoming door verweerder, en dat het verzoek om proceskostenveroordeling tijdig was ingediend.

De rechtbank wees het verzoek toe en veroordeelde verweerder tot betaling van €262,50 aan proceskosten, zijnde kosten van beroepsmatige rechtsbijstand conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter E.P.W. van de Ven en griffier A.C. Karels, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €262,50 na intrekking van het beroep wegens niet tijdig besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.9583

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], geboren op [geboortedatum] , van Syrische nationaliteit, eiser
V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. K. Yousef),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Op 12 september 2019 heeft eiser een aanvraag gedaan tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet Pro.
Op 28 april 2020 is bij de rechtbank beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op deze aanvraag.
Op 9 juni 2020 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist. Voorts heeft verweerder een dwangsombesluit genomen.
Het beroep is op 10 juni 2020 ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het beroep is verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank.
Verweerder heeft op 14 juni 2020 op het verzoek om proceskostenveroordeling gereageerd.
Nu partijen niet hebben verzocht om op een zitting te worden gehoord, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan eiser is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
3. Bij brief van 14 juni 2020 heeft verweerder aangegeven bereid te zijn de proceskosten in onderhavige procedure te vergoeden tot een bedrag van € 262,50.
4. De rechtbank stelt vast dat het (terecht ingestelde) beroep is ingetrokken omdat verweerder tegemoet is gekomen aan eiser en dat tegelijk met de intrekking van het beroep is verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
5. De rechtbank ziet aanleiding het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toe te wijzen.
6. De kosten hebben betrekking op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en komen ingevolge het bepaalde in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten zijn ingevolge het Besluit € 262,50 in verband met het beroep (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor licht).

BeslissingDe rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 262,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.