Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
V.O.F. [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Omzetbelasting. Aftrek van omzetbelasting
Rechtbank Den Haag
Eiseres is actief in bitcoin mining en heeft voor de aanschaf van apparatuur en elektriciteit omzetbelasting betaald, waarvan zij de voorbelasting aftrok. Verweerder heeft deze aftrek geweigerd en een naheffingsaanslag opgelegd. De kern van het geschil is of eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar afnemers buiten de Europese Gemeenschap zijn gevestigd, zodat aftrek van voorbelasting mogelijk is.
De rechtbank erkent dat de mining-activiteiten belastbare prestaties zijn, maar vrijgesteld van belasting. De aftrek van voorbelasting is alleen toegestaan indien de afnemers buiten de Gemeenschap gevestigd zijn. Eiseres kan echter niet precies achterhalen wie haar afnemers zijn en baseert zich op algemene statistische gegevens dat 98% van de handel in bitcoins buiten de EU plaatsvindt. Verweerder betwist dat deze statistieken toereikend zijn, mede omdat mining en handel niet hetzelfde zijn.
Gezien het bewijsprobleem en het anonieme karakter van de transacties, legt de rechtbank aan de Hoge Raad twee prejudiciële vragen voor: of artikel 15 lid 2 onderdeel Pro c van de Wet OB zo ruim mag worden geïnterpreteerd dat bij ernstige bewijsnood vermoedens of algemene statistieken kunnen worden gebruikt en of statistische gegevens over bitcoinhandel mogen worden gebruikt om de plaats van vestiging van afnemers van mining-activiteiten te bepalen.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en wacht de beantwoording van de Hoge Raad af. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 15 juli 2020.
Uitkomst: De rechtbank legt prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissing aan.