ECLI:NL:RBDHA:2020:7546
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak via een Skype-verbinding. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig wegens verhindering, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak, was het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer ontvankelijk en werd het verzoek afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier A.M. Zwijnenberg, en is bekendgemaakt op 13 juli 2020. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet in een openbare zitting plaats, maar zal deze zo nodig alsnog openbaar worden uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.