ECLI:NL:RBDHA:2020:7587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens ontbreken duurzame relatie en rechtmatig verblijf
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, kreeg in 2012 een verblijfsvergunning op grond van verblijf bij zijn partner, referente, met de Poolse nationaliteit. Verweerder stelde dat eiser geen duurzame relatie had met referente en dat hij onder valse voorwendselen verblijf probeerde te verkrijgen. Eiser voerde aan dat hij van februari 2012 tot augustus 2019 een relatie had met referente en overlegde diverse administratieve en persoonlijke bewijsstukken.
De rechtbank baseerde zich op een rapportage van 2017 waaruit bleek dat referente sinds 2009 een relatie onderhoudt met een ander, de heer A. Diverse sociale mediaberichten, adressencontroles en verklaringen ondersteunden dit. Eiser was niet aanwezig bij de adressencontrole en kon wisselende verklaringen geven over de aard en duur van zijn relatie met referente.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een duurzame relatie had met referente. De administratieve stukken boden onvoldoende bewijs van feitelijk samenwonen en gezamenlijke huishouding. De verklaringen van derden konden de gestelde relatie niet objectief onderbouwen. Verweerder heeft de stukken voldoende betrokken en gemotiveerd geweigerd de relatie aan te nemen.
Hierdoor is vastgesteld dat eiser nimmer rechtmatig verblijf heeft gehad op grond van artikel 8.25 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen duurzame relatie met referente heeft aangetoond en daardoor geen rechtmatig verblijf had.