ECLI:NL:RBDHA:2020:7634
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, van Soedanese nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 19 juni 2020. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 9 juli 2020, gelijktijdig met de behandeling van een gerelateerde zaak. Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig met zijn gemachtigde en werd gebruik gemaakt van een tolk. De vertegenwoordiger van de verweerder was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien de rechtbank nog niet heeft beslist op het beroep. Omdat op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.12934), is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Om die reden werd het verzoek afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet plaats in een openbare zitting, maar zal deze, indien nodig, alsnog openbaar worden uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.