ECLI:NL:RBDHA:2020:7665
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en coronavirusrisico
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 11 februari 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot overname aan België gedaan, dat door België was aanvaard.
Eiser voerde aan dat overdracht aan België vanwege de zware coronabesmettingen aldaar een verhoogd besmettingsrisico inhoudt, en stelde dat er sprake is van détournement de pouvoir omdat verweerder bij visumaanvragen wel een inreisverbod hanteert. De rechtbank overwoog dat de huidige onmogelijkheid tot overdracht een tijdelijk feitelijk beletsel is, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en dat dit de vaststelling van België als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt.
De rechtbank vond dat eiser het verhoogde besmettingsrisico niet aannemelijk had gemaakt en dat er geen sprake was van détournement de pouvoir. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.