ECLI:NL:RBDHA:2020:7677
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om behandeling asielaanvraag in Nederland vanwege Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening, waarbij Nederland heeft vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en een verzoek tot terugname door Duitsland is aanvaard.
Eiser heeft het beroep op artikel 16 van Pro de Dublinverordening laten vallen en zich gericht op artikel 17, stellende dat overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid oplevert vanwege medische problemen van hemzelf en zijn zus die in Nederland woont. Hij verzocht om nader medisch onderzoek.
De rechtbank overweegt dat verweerder terughoudend omgaat met het toepassen van artikel 17 en Pro dat de familierelatie met de zus niet voldoende aanleiding geeft om het verzoek onverplicht aan zich te trekken. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de medische problemen bijzondere omstandigheden vormen die overdracht onredelijk maken.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C. van Boven-Hartogh en griffier mr. N.H. de Zeeuw op 12 augustus 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.