Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Voorts heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat ook het persoonlijk relaas van eiser geen aanleiding biedt om aan te nemen dat de Hongaarse autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen. Van eiser mag worden verwacht dat hij in Hongarije zelf de rechten, die
Verweerder concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Hongarije in een situatie in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM terecht zullen komen en dat dus niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan worden gegaan.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich op het standpunt mocht stellen dat het persoonlijke relaas van eiser geen aanleiding biedt om aan te nemen dat de Hongaarse autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen en dus zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet (meer) zullen naleven.
Beslissing
en
mr. M.A. Beijl, griffier.