ECLI:NL:RBDHA:2020:7728
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vervolging na bekering tot christendom
Eisers, van Turkse nationaliteit, dienden opvolgende asielaanvragen in met het argument dat zij na hun bekering tot het christendom in Turkije worden bedreigd door familie en stam, waardoor terugkeer onveilig is. De staatssecretaris wees deze aanvragen af als kennelijk ongegrond, waarbij hij het geloof in de bekering aannam, maar de dreigementen niet geloofwaardig achtte en onvoldoende zwaarwegend vond om een reëel risico op vervolging aan te nemen.
De rechtbank overwoog dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij daadwerkelijk bedreigd worden door familieleden of dat de situatie in Turkije zodanig is dat zij een reëel risico lopen op ernstige schade. De overgelegde digitale berichten waren niet toereikend en de verklaringen onvoldoende onderbouwd. Het Algemeen Ambtsbericht en het landgebonden beleid voor Turkije bevestigden dat bekering tot het christendom geen erkende risicogroep vormt, tenzij sprake is van politieke of journalistieke activiteiten met kritiek op de autoriteiten.
De rechtbank concludeerde dat de situatie voor christenen in Turkije weliswaar moeilijk is en discriminatie voorkomt, maar niet zo ernstig dat het leven onmogelijk is. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvragen bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvragen worden ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijk gemaakte dreiging en vervolging.