ECLI:NL:RBDHA:2020:7745
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking ontheffing sluitingstijd horeca wegens overtreding Covid-19 maatregelen
Verzoekster, een horecagelegenheid in Noordwijk, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om de verleende ontheffing van de sluitingstijd per direct in te trekken. Dit besluit is genomen naar aanleiding van geconstateerde overtredingen van de Covid-19 noodverordening, waaronder het niet naleven van de 1,5 meter afstand en het toestaan van dansende bezoekers.
De voorzieningenrechter overweegt dat ondanks het financiële belang van verzoekster, het spoedeisend belang aanwezig is vanwege de mogelijke onomkeerbaarheid van de bedrijfscontinuïteit. De burgemeester heeft op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de bevoegdheid om de ontheffing in te trekken bij overtredingen en veranderde omstandigheden.
Verzoekster betoogt dat alleen de voorzitter van de Veiligheidsregio bevoegd is tot handhaving van de Covid-19 maatregelen en dat handhaving uitsluitend via last onder dwangsom of boete mag plaatsvinden. De voorzieningenrechter wijst dit af en stelt dat bestuursorganen ruime beoordelingsvrijheid hebben in handhavingsmodaliteiten.
De intrekking is niet onevenredig geacht gezien het belang van de volksgezondheid en de waarschuwing die verzoekster eerder heeft ontvangen. Er is geen sprake van detournement de pouvoir of schending van het rechtszekerheidsbeginsel. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de ontheffing van de sluitingstijd wordt afgewezen.