ECLI:NL:RBDHA:2020:7771
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende inspanning tot verbetering inkomen
Verzoeker heeft op 18 maart 2020 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft dit verzoek op 16 juli 2020 behandeld waarbij verzoeker is gehoord.
De rechtbank toetst het verzoek aan artikel 288 lid 1 sub b en Pro c van de Faillissementswet, waarbij goede trouw en de bereidheid tot nakoming van verplichtingen centraal staan. Verzoeker heeft in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek een dure leaseauto privé gebruikt, wat de schuldeisers heeft benadeeld door een lagere netto-inkomst.
Daarnaast werkt verzoeker fulltime in het bedrijf van zijn partner tegen een laag salaris, terwijl zijn ervaring en opleiding als advocaat hem in staat zouden stellen een beter betaalde functie te vervullen. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat gezondheidsklachten hem beperken of dat hij zich zal inspannen om een beter betaalde baan te vinden.
Gezien deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest en onvoldoende zal bijdragen aan het verwerven van baten voor de boedel. Daarom wordt het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende inspanning tot verbetering van inkomen.