Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 16 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
De aanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder g van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Hij voert verder aan dat verweerder niet duidelijk maakt wat hij nog meer had moeten verklaren. Zijn relatie in Iran was geheim, omdat het een zonde was. Hij realiseerde zich pas in Nederland wat voor gevaar hij had gelopen.
Verweerder stelt ten onrechte dat het accepteren van de seksuele gerichtheid en de gevoelens die daar mee gepaard gaan losstaande factoren zijn. Als je gevoelens niet kunt plaatsen beïnvloedt dit het acceptatieproces. Hij heeft daar niet tegenstrijdig over verklaard. Toen hij in Iran woonde was zijn acceptatie nog niet afgerond, en dit is nog steeds het geval.
“zelfs nu durf ik het niet tegen mijn omgeving te zeggen, omdat ik bang ben anders beschouwd wordt.”En op pagina 17:
“ik ben wel homo, maar ik heb aangegeven dat in mijn omgeving ik het niet prettig vindt op het openbaar te maken.”Verweerder stelt dat dit niet van belang is, omdat dit geen vereiste is en daar niet aan wordt getoetst. De rechtbank is echter van oordeel dat hier wel degelijk rekening mee gehouden moet worden in de beoordeling van eisers verklaringen.
Hier komt nog bij dat de gemachtigde van eiser ter zitting de uitleg van eiser over de reden waarom hij zijn gestelde homosexualiteit niet eerder naar voren heeft gebracht, heeft bevestigd. Gemachtigde was toen van mening dat hiervoor onvoldoende concreet bewijs was, waardoor ervoor is gekozen dit motief in de tweede procedure niet naar voren te brengen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;