ECLI:NL:RBDHA:2020:7787
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverwijzing naar Duitsland
Verzoekster, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De zaak is behandeld via een Skype-verbinding op 14 juli 2020, waarbij beide partijen zich lieten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.10371), is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn, in aanwezigheid van griffier A. Vranken, en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.