Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Gelet op de gegevens uit Eurodac heeft verweerder eiser op 12 december 2019 geclaimd bij de autoriteiten van Zwitserland en, nadat de autoriteiten van Zwitserland het claimverzoek hadden afgewezen, op 19 december 2019 bij de autoriteiten van Italië. Omdat de autoriteiten van Italië niet tijdig op het claimverzoek hebben gereageerd, staat – aldus verweerder – sinds 20 februari 2020 de verantwoordelijkheid van Italië vast.
In het geval van eiser liep de overdrachtstermijn aan Italië aanvankelijk tot 26 juli 2019, maar eiser heeft eerder op 28 juni 2019 een asielverzoek ingediend in Zwitserland. De Zwitserse autoriteiten hebben een claimakkoord van Italië ontvangen op 27 juli 2018, maar omdat eiser ook vanuit Zwitserland met onbekende bestemming is vertrokken, liep de termijn voor overdracht van Zwitserland naar Italië af op 27 december 2019. Eiser heeft weer voor die datum voor de tweede keer een asielverzoek ingediend in Nederland. Verweerder concludeert dat eiser tweemaal met onbekende bestemming is vertrokken en tweemaal binnen de overdrachtstermijn opnieuw een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. In het geval van eiser is de overdrachtstermijn met toepassing van de ‘Chain Rule’ dus opnieuw gestart bij zowel zijn asielaanvraag in Zwitserland als bij het onderhavige asielverzoek in Nederland en de respectievelijke claimakkoorden. Ter zitting is door de gemachtigde van verweerder te kennen gegeven dat in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening III de ruimte is gegeven voor de toepassing van de ‘Chain Rule’ door het gebruik van de woorden ‘
een andere lidstaat’, dat de mogelijkheid van overdracht vanuit een andere lidstaat dan de verzoekende lidstaat onderkent.
(…)”
”Delegations came to the conclusion that a Member State accepts responsibility for 18 months (if the asylum seeker absconds during the 6 month time limit for transfer) and that this time-limit restarts when the same asylum seeker applies for asylum in a third Member State within the original 18 month time-limit (ie. the ‘chain rule’ as referred to by the Nordic States).”
De door verweerder aangehaalde contact meeting van 24 en 25 april 2007 heeft plaatsgevonden toen Dublinverordening II gold. In artikel 20, vierde lid, van die verordening was bepaald dat aanvullende regels inzake de tenuitvoerlegging van de overdracht kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 27, tweede lid, bedoelde procedure. De rechtbank is niet gebleken dat deze regel (ook) onder Dublinverordening III geldt. Deze regel is immers niet expliciet in Dublinverordening III of aanverwante wetgeving neergelegd wat bij toepasselijkheid wel voor de hand had gelegen. De toepasselijkheid van de Chain Rule volgt niet uit het tweede lid van artikel 29 van Pro de Dublinverordening III. Daarin is enkel bepaald dat de verantwoordelijkheid overgaat op de verzoekende lidstaat als de betrokkene niet binnen de gestelde termijn van zes (of uiterlijk achttien) maanden wordt overgedragen, en daarin is geen ruimte gelegen voor een uitzondering als de betrokkene zich naar een andere lidstaat begeeft. Ook uit artikel 29, eerste lid, van Dublinverordening III blijkt de toepasselijkheid van de Chain Rule niet. De rechtbank onderkent wel de onwenselijke effecten van het niet toepassen van de Chain Rule, onder meer dat bij secundaire migratie sprake kan zijn van verschillende en overlappende overdrachtstermijnen en dus onduidelijkheid over de verantwoordelijkheid. Maar ook met de door verweerder gewenste teleologische uitleg van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening III kan de rechtbank de toepasselijkheid van de Chain Rule niet in dit artikellid teruglezen, in die zin dat de overdrachtstermijn voor de verzoekende lidstaat opnieuw begint op het moment dat de betrokkene zich in een andere lidstaat meldt.