ECLI:NL:RBDHA:2020:7859
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Pakistaanse verzoekster
Verzoekster, een Pakistaanse nationaliteit dragende vrouw geboren in 1986, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 9 maart 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 23 juni 2020, samen met een gerelateerde zaak. Tijdens de zitting was verzoekster aanwezig met haar gemachtigde en een tolk. De gemachtigde van de verweerder was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Aangezien op dezelfde dag uitspraak was gedaan in de hoofdzaak, was een voorlopige voorziening niet langer mogelijk. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.G. Nicholson en bekendgemaakt zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.