ECLI:NL:RBDHA:2020:7934
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na bodemuitspraak
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 26 mei 2020. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 30 juli 2020, gelijktijdig met de bodemzaak (zaaknummer NL20.11674). Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de bodemzaak, was het verzoek om voorlopige voorziening niet langer mogelijk en werd het afgewezen.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 1.050,- op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter S. Mac Donald, met griffier C.H. Gall, en er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 1.050,-.