ECLI:NL:RBDHA:2020:7938
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing dwangverzoek zelfstandige ondernemer tot instemming schuldregeling volgens artikel 287a Faillissementswet
Een zelfstandige ondernemer heeft een verzoek ingediend om schuldeisers te verplichten in te stemmen met een door hem aangeboden schuldregeling in de vorm van een prognoseakkoord, waarbij preferente en concurrente schuldeisers een uitkering van respectievelijk 40,4% en 20,2% over 36 maanden zouden ontvangen.
De rechtbank constateert dat de ondernemer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voorstel het uiterste is waartoe hij financieel in staat is en dat het voorstel onvoldoende is gedocumenteerd. De prognose van de belastbare winst is niet onderbouwd en lager dan het minimumloon dat de ondernemer als verdiencapaciteit zou moeten hebben. Tevens ontbreekt een deugdelijke controle op de uitvoering van het akkoord.
Daarom weegt het belang van de schuldeisers die het voorstel weigeren zwaarder dan dat van de ondernemer en de schuldeisers die wel instemmen. Het dwangverzoek wordt afgewezen en het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt als ingetrokken beschouwd.
Uitkomst: Het dwangverzoek tot instemming met de aangeboden schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en controle.