ECLI:NL:RBDHA:2020:7951
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verwijzing naar Duitsland
Verzoeker, met de Kameroense nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL20.12137) reeds is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet meer mogelijk is.
De zitting vond plaats op 7 juli 2020 te Utrecht, waarbij beide partijen zich lieten vertegenwoordigen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn op 13 juli 2020. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.